• Home
  • Blog
  • Waarom wordt hij gek en jij niet?

Waarom wordt hij gek en jij niet?

 

Misschien wel de belangrijkste vraag “in de psychiatrie”: waarom hij wel en zij niet? Waarom krijg de Jantje een depressie en Pietje niet? Waarom gaat Jantje stemmen horen en waarom Pietje niet? Een belangrijke vraag, waar ik in deze blog mijn mening over geef, in zoveel mogelijk begrijpelijke taal. Ik geloof heilig in het “biopsychosociaal model” als basis uitleg. Oftewel: er zijn drie factoren die meespelen in het ontstaan of ontwikkelen. Vaak spelen alle drie de factoren mee, maar niet altijd.

Wat bij iedereen die een psychiatrische diagnose hetzelfde is: je kunt er zelf niet (veel) aan doen dat je het gekregen hebt. Hoe het ontstaat en wat je er kunt doen om beter te worden of er mee om te leren gaan is echt per persoon verschillend.

Bio (van biologisch)

Je aanleg. Hoe je hersenen gegroeid zijn terwijl je nog in de buik van je moeder zat. Maar ook, hoe je geboren bent, of dat soepeltjes ging of juist helemaal niet. Waar je dus eigenlijk zelf niets aan kan doen, maar wat toch verdomd belangrijk is! Sommige psychiatrische aandoeningen hebben te maken met een afwijking in de hersenen, waarbij een stofje bijvoorbeeld anders werkt of niet aangemaakt wordt. Als je tijdens je geboorte zuurstofgebrek opgelopen hebt, kun je ook daar anders werkende hersenen van krijgen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan autisme, schizofrenie en depressie. Bij vrijwel alle psychiatrische diagnoses is er een deel biologisch. Je kunt er niets aan doen, maar je hersenen werken anders dan “normaal”. Soms weet je helaas niet van te voren dat je hersenen anders werken, en kom je daar achter doordat er iets heftigs in je leven gebeurt, doordat je met drugs experimenteert of soms ook simpelweg doordat je opgroeit en op school problemen krijgt.

Psycho (van psychologisch)

Hoe je bent. Hoe je met dingen omgaat. Hoe je over de wereld en over jezelf denkt. Ben je zelfverzekerd of onzeker? Ben je perfectionistisch of juist helemaal niet? Hierin zit natuurlijk een overlap met het biologische stukje, sommige karaktertrekken heb je van nature. Andere zaken kun je al leren vanaf je geboorte, soms zonder dat je dat zelf nog weet. Je opvoeding speelt hierbij een grote rol. Het mag duidelijk zijn dat kinderen die onveilig opgroeien (door mishandeling, misbruik of verwaarlozing) dus op dit gebied ontzettend pech hebben. Als je van je ouders geen liefde krijgt, of opgroeit met een totaal verkeerd beeld van liefde... dan kan iedereen invullen dat er dan op psychologisch gebied ook een boel mis gaat. En ook hier kun je dus zelf niets aan doen.

Sociaal

Waar groei je op? In wat voor familie? Zijn er betrokken mensen in je leven? Heb je vrienden? Wat voor school, werk of opleiding heb je gedaan? Dit soort factoren spelen allemaal mee op het sociale stukje van het biopsychosociale model. Daarnaast is er ook een deel: wat maak je mee? Gaan je ouders scheiden, maak je een overlijden mee van iemand die belangrijk voor je is, of word je bijvoorbeeld mishandeld als kind? Gebeurtenissen in je leven zijn een belangrijk deel van het ontstaan van een psychiatrisch ziektebeeld. Ook hier kun je zelf weinig aan doen.

Zoals ik al zei, het model werkt bij iedereen anders, maar geeft wel wat antwoorden op de vraag: waarom ik wel en jij niet? Het geeft ook mooi aan dat het “iedereen” kan overkomen je niet kunt zeggen dat het bij jou niet zo zal zijn. En dat maakt dat ik dit als vak gekozen heb, omdat het iedereen kan overkomen en ik het die mensen zo ontzettend gun om hun leven zo normaal mogelijk te kunnen leiden. Want stel je toch eens voor dat het jou WEL overkomt… 

 

Contact

Verander-ing