• Home
  • Blog
  • Ik raak je aan. Omdat je mij raakt.

Ik raak je aan. Omdat je mij raakt.

 

Regels voor hulpverleners zijn soms goed. Een aantal voorbeelden waar ik me prima in kan vinden: geen liefdesrelatie met een client aan gaan, geen grote cadeaus aannemen, werk en privé gescheiden houden, geen cliënten aannemen die je persoonlijk kent en niet te bloot gekleed gaan naar je werk bijvoorbeeld.  Voor mij zijn deze regels heel helder en logisch.

Een aantal regels zijn dat minder. Soms zijn het ongeschreven regels, maar is er wel een duidelijke mening over in een team of zorginstelling. Soms bemoeit zelfs heel Nederland zich ermee en wordt het een landelijke discussie.

Het aanraken van cliënten is de afgelopen tijd zo’n discussie geworden. Mag je cliënten aanraken als je in de zorg werkt? Het ging niet over iemand wassen, of aankleden, maar over troosten, iemands hand vasthouden of iemand een knuffel geven. Mag dat? Een mooie en ook wel zinvolle discussie, omdat ik denk dat het altijd goed is om je er bewust van te zijn wat je doet. Je moet weten waarom je iets doet en hier open en eerlijk in zijn naar je collega’s.

Mijn mening in het kort: als ik aanvoel en inschat dat iemand het nodig heeft en ik voel me er persoonlijk ook prima bij, raak ik iemand aan. Ik ben me er van bewust wat iemands voorgeschiedenis is, hoe onze band is en wat voor situatie het is. Dat schat ik allemaal in, in de minuut die zo’n moment soms duurt. Soms korter zelfs. Dat maakt mij een professional.

Geen fijn moment

Tijdens mijn stage in de kinderpsychiatrie woonde een jongetje van een jaar of 9 op ‘mijn’ groep. Een jongetje dat heel boos was, snel agressief werd en flink kon schreeuwen, schelden en ook slaan. Buiten zinnen van woede raakte hij en dan werd hij ook zo sterk als een beer. Op een avond heeft hij me ‘als grapje’ geprobeerd te wurgen toen ik hem een knuffel gaf tijdens het instoppen. Hij vroeg of hij een knuffel mocht, ik dacht er niet goed genoeg over na en boog voorover terwijl hij in bed lag. Hij sloeg zijn handen om mijn nek en deed zijn armen al maar strakker. Ik raakte wel wat in paniek, zei met stemverheffing dat hij me los moest laten en uiteindelijk deed hij dit ook. Geen fijn moment, dat zal iedereen snappen. Hij moest alleen maar lachen en benoemde dat ik wel bang was en dat ik echt dom was, maar ik heb hier nog wel een tijdje mee in mijn hoofd gelopen. Ik werd voorzichtiger en dacht beter na in verschillende situaties. Eigenlijk juist wel een goede bewustwording, maar niet leuk natuurlijk.

De andere kant

Een aantal maand later tijdens mijn laatste dag was hij vreselijk boos, vervelend en mij continu aan het uitschelden en uitdagen. Scheldwoorden vlogen om mijn oren, hij wilde niet doen wat de bedoeling was en schreeuwde dat ik op moest rotten. Toen het moment daar was dat ik weg zou gaan deed hij er nog een schepje bovenop. Niet leuk om zo weg te moeten gaan en ik zei op een gegeven moment echt vanuit mijn hart dat ik het ook niet leuk vond dat ik wegging. In al zijn razernij stopte hij ineens, keek me 1 seconde recht in mijn ogen en begon toen hartverscheurend te huilen. Hij rende op me af en knuffelde me opnieuw heel hard, deze keer was het echter echt een oprechte knuffel en ik heb hem dus vastgehouden, getroost en een traantje meegehuild. Ik kan me niet voorstellen dat ik op dat moment achteruit zou deinzen en alleen een hand zou geven. Ondanks de vervelende situatie van een tijdje eerder kon dit nu toch. Voor mij een eye-opener als jonge professional, want dit moment was echt, oprecht en mooi.

In mijn werk later in de volwassenenpsychiatrie ontmoette ik een schizofrene mevrouw van rond de 65, die dingen zag en hoorde waar ze erg bang van werd. Soms liep ze ’s avonds in haar pyjamaatje op straat, omdat ze iets gezien had dat haar bang maakte. Soms durfde ze niet te gaan slapen omdat ze heel bang was. Soms durfde ze haar medicijnen niet te nemen omdat ze bang was. Op een dag was ik ‘gewoon’ een kopje thee bij haar aan het drinken en moest ze ineens huilen omdat ze er zo genoeg van had om zo bang te zijn. Ik probeerde met woorden haar te troosten, op te beuren en af te leiden, maar dat hielp allemaal niet. Toen ik haar hand pakte en zei dat ik het vreselijk voor haar vond dat ze het zo moeilijk had veranderde er iets. Ze werd rustiger, hield op met huilen en zei dat ze dat heel fijn vond. Ze had op dat moment alleen maar nodig dat iemand met haar meevoelde.

Ik kan nog wel even doorgaan met situaties waarin ik gevoelsmatig besloot dat ik toch een arm om iemand heen zou slaan, iemands hand vast zou houden of zelfs op mijn schouder uit zou laten huilen. Van al die momenten is er niet een waar ik later spijt van zou krijgen. Soms hoor je het idee dat een cliënt dan ‘misbruik’ kan maken van deze situatie, elke keer je hand wil vasthouden bijvoorbeeld of jou in een speciale positie zet (“Ingeborg heeft mijn hand vastgehouden en jij wilt dat niet”). Maar, dat is geen enkele keer gebeurd. Aanraken is menselijk, ieder mens heeft dat soms nodig. En als hulpverlener moet je dat niet bij voorbaat weigeren, maar soms ervoor kiezen om ook mens te zijn. 

 

 

 

Contact

Verander-ing